Categorie: opinie

  • OpenCompanies, de zielige nageboorte van een kredietchecker die tweepuntnul gaat

    Ze publiceren mijn adresgegevens, en op een verzoek daar mee op te houden reageren ze laf en debiel. Na de knip zie je de hele conversatie met ene ‘Martijn’ van OpenCompanies. Een nieuwe poging om kleine zelfstandigen het leven zuur te maken.

    OpenCompanies: agressieve klinische algoritmes, onder een dun laagje deel-economie-vertedering.

    Wat is het: een internetstartup van Graydon, een kredietchecker. Zulke bedrijven proberen te achterhalen of een bedrijf te vertrouwen is of niet. Daar betaal je gewoon voor, maar sinds de nieuwe handelswet zijn er ook cowboys op de markt die Kamer van Koophandel-informatie gewoon online plempen.

    Daar heb ik me al vaker boos over gemaakt.

    Bij Graydon hebben ze in 2012 gedacht: we moeten ook! Maar weet je wat, we doen het zelf niet, want dat staat niet chique. We gooien het onder een nieuwe naam: OpenCompanies.

    En dat wordt dan lekker agressief en hip, ‘we geloven in de reputatie-economie’, hélemaal 2.0, met zo’n ‘je houdt de ontwikkelingen toch niet tegen’-attitude, en we gebruiken alleen voornamen en je- en jij-en in de communicatie. Lekker gek!

    Zag je die deel-economie-vertedering? Hier wil je toch bij horen? Insert poesjesfoto! Zo doen we het toch in het internettijdperk? Of niet? 

    Wat ze wel doen: ze trekken de hele KvK-database leeg (wat al debiel is dat het kan), en dan heb je er als kleine zelfstandige maar mee te dealen. Rechtskundig lekker ingekleed, met de juristen van Graydon op de achtergrond. Wat kan je gebeuren.

    OpenCompanies, voor al je desinformatie. OpenCompanies, voor alles waar je net niks aan hebt. OpenCompanies, voor als je eigenlijk Graydon wil maar te krenterig bent om echt ergens voor te betalen.

    Geloof je het niet?

    Check een bedrijf dat je kent op hun site, en kijk wat je daar allemaal kan invullen. Positief, dan wel negatief. Ze geloven namelijk in de reputatie-economie. Nou, ga je gang.

    Bert Brussen? Kan je raten. GeenStijl? Kan je raten. Bas Heijne, Tim den Besten, Paul de Leeuw, dat sloopbedrijf dat zoveel lawaai maakte, die supermarkt waar iets over de datum in de koeling lag. Raten maar!

    OpenCompanies, voor het zwart maken van je concurrent. OpenCompanies, voor het ophemelen van je vriendjes.

    Wil je OpenCompanies zelf raten? Kan ook! Reputatie-economie, hatsikidee!

    Heeft iemand hier wat aan? Nee. Nee, echt niet. Niks. Het pathetische clubje draait waarschijnlijk zelf ook al jaren verlies. Maar ja. Tweepuntnul he.

    Lees hieronder verder, voor de stuitende communicatie van OpenCompanies, naar aanleiding van een verzoek van mij om mijn gegevens niet meer te publiceren.

    Wat een horken.

    (meer…)

  • D’Angelo in Paradiso *****

    Eén keer per jaar overviel het me: hoe zou het met D’Angelo zijn? De man die ik in 2000 dat onvergetelijke optreden op North Sea Jazz zag geven.

    Dan googlede ik hem, en kwam er achter dat zijn nieuwe album toch echt op het punt stond om uit te komen. Om er daarna een jaar niets meer over te horen. Of om te lezen dat hij was opgepakt voor drugsbezit, of zijn auto in de prak had gereden. Maar geen muziek.

    Tot eind 2014 het er toch ineens was: Black Messiah. Het album oogstte meteen veel lof en werd ook veel besproken. Maar, dankzij mijn niet-aflatende D’Angelo-gegoogle, ontdekte ik in oktober al dat hij naar Paradiso zou komen om op te treden.

    Ik smeet er meteen meer dan zeventig euro op stuk. En dat was maar goed ook. Want na de release van zijn album ging het hard met de kaarten – er kwamen twee extra concerten bij in Nederland en alles was in een mum van tijd uitverkocht. Gisteravond was het zo ver: het eerste concert van D’Angelo And The Vanguard in Paradiso, The Second Coming tour.

    En het was briljant.

    Meneer begon bijna een uur later dan de bedoeling was, maar dat waren we onderhand wel gewend. Daarna volgde een show die tweeëneenhalf uur zou duren, met twee toegiften die meer leken op een tweede en derde set – omdat ze ieder nog een half uur extra muziek waren.

    IMG_1466

    Het gespeelde was een mix van Black Messiah en oudere hits, met een grote nadruk op het eerste. De setlist verschijnt vast hier nog wel. Bij beluistering van het album heb ik vaak gedacht: hoe zou hij dat in vredesnaam op het podium willen doen. Maar daar heeft hij zelf geen enkele moeite mee.

    En dat zit ‘m vooral hier in: hij is een van de beste popmuzikanten op de wereld.

    De stem van D’Angelo kan grommen, gillen, grunten, zonder dat zijn prachtige falset er onder lijdt. Hij kan funken, rocken, en daarna een gevoelige ballad inzetten en het is allemaal geloofwaardig en goed. De meester van de Neo-Soul doet dingen met zijn stem, dat ik dacht: jongen, je moet morgen nog een keer, en overmorgen weer, zou je dat nou wel… maar gelukkig wel.

    Zijn timing is magistraal en de controle over zijn band is iets waar je alleen maar kippenvel van kan krijgen.

    HIMG_1463et zegt net zoveel over de kwaliteiten van zijn muzikanten trouwens, maar als je je band in een dik funknummer in één klap stil kan leggen, en per maat met het opsteken van een aantal vingers het zelfde aantal accenten kan laten spelen in een razend tempo, en je doet dat niet twee of drie keer, maar dertig keer… en als je dan ter afsluiting in je microfoon roept ’twentyseven and a half’ en je hoort dan zevenentwintig en een half accent… ja. Diep respect.

    D’Angelo speelde halverwege het optreden twee indrukwekkende nummers achter elkaar.

    The Charade is het centrale nummer van Black Messiah, met de kernzin ‘All we wanted was a chance to talk, instead we got outlined in chalk‘; een aanklacht tegen de behandeling van zwarte mensen in Amerika. Zeer actueel geworden door de tragische gebeurtenissen in Ferguson, eind vorig jaar. D’Angelo speelde dat nummer met een opgeknoopte, bezoedelde, vermoeide Amerikaanse vlag op zijn rug. Een vuist in de lucht. Ingehouden gitaar, prachtige harmonieën, een verstikt afgebroken refrein… Dat zorgde voor kippenvel.

    Het tweede nummer, meteen daar achteraan, was Sugah Daddy. Een funkfeestje, waarin D’Angelo laat zien dat hij Prince, Michael Jackson en James Brown naar de kroon steekt.

    Het dak ging er af.

    IMG_1458Vanuit de zaal was er grote waardering voor de muzikanten. Het mooist was dat te horen bij de afsluiter, een uitgesponnen versie van ‘Untitled (How Does It Feel)’, waarbij de muzikanten één voor één het podium verlaten. Op het laatst staan alleen D’Angelo en zijn oerdegelijke, trouwe maatje bassist Pino Palladino er nog. Palladino krijgt een moment om te soleren, en in de stilte roept iemand uit de zaal keihard “Pino we love you”, waarna heel Paradiso in juichen uitbarst en Pino een grote glimlach krijgt… prachtig.

    Tweeëneenhalf uur heb ik in de muziek gezeten, niets leidde af.

    De muzikanten van D’Angelo’s nieuwe band The Vanguard (met dus wel oude vertrouwde Palladino) speelden oerdegelijk, vrolijk, interessant, speels en betrouwbaar, het was een lust voor het oor.

    IMG_1468En D’Angelo. Niet alleen heeft hij zich hernomen door na vijftien jaar een briljant album af te leveren, ook heeft hij zichzelf hervonden. Hij is inmiddels 41, en ziet er fantastisch uit.

    Een glimlach zo breed als het podium van Paradiso, energiek alsof er nooit wat is gebeurd, een feestje bouwend, een boodschap verkondigend, controle hebbend, grappen makend, flirtend… en dan zo muzikaal zijn.

    Magistraal.

  • Hoe ik de Kamer van Koophandel, a.k.a. CLUSTERFUCK, terug neuk

    kvk-logoExcuse my french. Maar ik ben echt helemaal klaar met de Kamer van Koophandel. Ze verkopen mijn gegevens, wat ik niet leuk vind, maar nog erger is dat ze zeggen er alles aan te doen om dit te voorkomen. En dan doen ze het toch. Daar kan ik woest over worden.

    Je doet er niets tegen. Of toch…
    Ik heb er wat op verzonnen. Eerst de historie. Ik schreef tweeëneenhalf jaar geleden al over de Kamer van Koophandel en mijn probleem met hen. En dat dit al begon in 1997.

    De recente ellende begon toen ik in 2009 ging freelancen als journalist. Tot die tijd was journalist een zogenaamd vrij beroep, maar vanaf dat jaar, dankzij de ‘nieuwe handelswet’ van toenmalig CDA-minister Donner, moest elke zelfstandige zichzelf inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Welke zin dat had is niemand ooit duidelijk geworden.

    Handel in huisadres
    Zelfs als je bedrijf bestond uit een laptop en een telefoon – zoals bij mij – moest dat het handelsregister in. Radiomaken is geen vetpot, dus uiteraard werk ik vanuit huis. Dat betekende dat mijn thuisadres in het handelsregister kwam.

    Ik verhuur mijzelf, zogezegd, dus was het niet meer dan logisch dat ik mijn bedrijf ‘Botte Jellema’ noemde. Dit is mijn fout geweest. Want nu kwam mijn eigen naam in combinatie met mijn huisadres in het handelsregister.

    Google en de handige jongens
    Google dan ‘Botte Jellema’, en zie keurig overal mijn zeer gedetailleerde privégegevens opduiken – omdat die nu eenmaal gelijk zijn aan mijn bedrijfsgegevens. De clusterfuck die Kamer van Koophandel heet doet de rest: lekker handelen in je register.

    Handige internetjongens weten daarbij ook mijn telefoonnummer en zelfs de oppervlakte van mijn huis bij te zetten. Routeplannertje er bij? Geen probleem.

    Ik ben er al jaren boos over. Deze week was ik zo gefrustreerd dat er iets moest gebeuren. Het systeem was mij aan het neuken, en dan rest er maar één ding: terugneuken.

    Bedrijfsnaam gewijzigd
    Daarom heet ‘Botte Jellema’ vanaf heden niet meer ‘Botte Jellema’. Ik heb een bedrijfsnaam gekozen die ik NIET op internet zal zetten in combinatie met mijn eigen naam. Wil je ‘m weten, dan zal je me moeten inhuren, want hij staat alleen op mijn facturen.

    Het overtreedt net wat halfjes de regels die de Kamer van Koophandel heeft voor het verzinnen van een bedrijfsnaam. Prima. Lastig nog om er niet over te schrijven, want ik ben er best trots op.

    Maar zo kan het in de toekomst hopelijk niet meer gebeuren dat mijn privégegevens overal opduiken wanneer je mijn naam googlet. Zoals het hoort.

    Met dank aan de Kamer van Koophandel. Fuck you very much.

  • Boyhood

    Als Mason een jaar of acht is, zien we hem achter een schuurtje zitten. In de schaduw, op de modder, voorovergebogen. Elk jongetje van acht doet dat. Dan zien we waar hij naar kijkt: het karkas van een dood vogeltje. Mason zegt niks. Doet niks. Hij kijkt alleen. Wat mij betreft is dit een van de belangrijkste scenes uit de briljante semi-documentaire film ‘Boyhood’.

    Hieronder ga ik het nodige over de film verklappen. Weet dat, als je van plan bent deze film te gaan zien. Als je twijfelt, niet wil of ‘m al hebt gezien, lees dan sowieso verder.

    Net echt
    Ik was zo’n jongetje als Mason, zoals nagenoeg elke man op aarde zo’n jongetje is geweest. Ellar Coltrane (1994), die Mason gestalte geeft, is gefilmd tussen zijn zesde en zijn achttiende. De jongensjaren. Mason heeft een zusje, waar hij voortdurend ruzie mee heeft, en een moeder die steeds voor foute mannen valt. We beleven twee echtscheidingen met huislijk geweld en drankmisbruik, vanuit het perspectief van een kind.

    Maar deze gebeurtenissen komen voorbij zoals ook het bladeren door de lingeriepagina’s van een postordercatalogus voorbij komt, of het mountainbiken met een vriendje, of een kampeerscène, of een autorit met vrienden, of een eerste joint. Als gebeurtenis, maar zonder de gecomprimeerde dramatische uitwerking die je doorgaans in film of theater ziet. Net echt.

    Herkenbaar
    De eerste twee uur van deze film (hij duurt bijna drie uur) is feitelijk een aaneenschakeling van losse scènes. Er is niet veel filmisch drama. Als Mason zijn rijbewijs heeft, waarschuwt zijn vader om heel voorzichtig te rijden. Een half uur verderop in de film rijdt Mason met een vriendinnetje in zijn auto. Zij laat op haar mobieltje een plaatje van een varkentje zien. Geconditioneerd als dramakijker, verwacht ik dat hij nu dus dat verschrikkelijke auto-ongeluk zal krijgen. Mooi niet.

    Maar veel meer dan drama is er herkenbaarheid. Zo observerend en registrerend als Mason is, zo was ik ook. Zo is elk kind; ik zie het bij mijn jonge neefje en nichtjes. Alles wordt onthouden. Als Masons vader z’n musclecar blijkt te hebben verkocht, zegt Mason “Je had ‘m mij beloofd voor mijn zestiende verjaardag”. Mason was tien toen vader dat had gezegd. Ze onthouden alles. Van dronken stiefvaders tot dode vogeltjes.

    Vragen
    Mason blijft relatief stil. Maar na twee uur, als Mason vijftien of zestien is, wordt hij een karakter. Zoals jonge mensen dat worden na hun pubertijd. Mason blijkt een goed oog voor fotografie te hebben. Hij begint ruzies te krijgen met z’n docenten en bazen, en wordt opstandig. Dat uit zich in de film in conversaties met een vriendinnetje. Ze vindt hem een zwartkijker en maakt het uit. Maar Mason is geen zwartkijker, hij begint vragen te stellen. Hij begint aan de ‘werkelijkheid’ te pulken. Wat in een film slim en geestig is, uit de aard van de zaak, en in dit geval al helemaal. Het is immers een semi-documentaire.

    Mason zit in de auto en vertelt zijn vriendinnetje hoe de maatschappelijke systemen ons in hun greep hebben en zegt cynisch dat het een groot complot is. “You are weird”, zegt ze glimlachend. Oh, hoe vaak heb ik dat gehoord.

    Zin van het leven
    Waar gaat het allemaal over, vraagt Mason op zijn achttiende, vlak voordat hij gaat studeren. Hij stelt deze vraag letterlijk, aan zijn biologische vader, vroeger een flierefluiter, inmiddels gesettled en aan een tweede leg begonnen.

    “Alles?”, vraagt z’n vader met een zenuwachtig lachje. Even daarna zien we Masons moeder, die kleiner gaat wonen nu haar kinderen het huis uit zijn. Ze heeft de kinderen groot gebracht en er alles aan gedaan om dat goed te doen. Bij het uitruimen van het huis moet ze huilen: “Ik dacht dat er meer zou zijn.”

    “Het eerst volgende is mijn begrafenis”, zegt de moeder. Mason antwoord dat ze nu misschien zo’n veertig jaar overslaat. En weer is het drama ontladen; wanneer hoor je in een film nu iemand zoiets nuchters zeggen? Net echt.

    Gedenk te sterven
    ‘Boyhood’ is wat dat betreft de viering van het leven (er wordt ook letterlijk veel gevierd). Alles is graffiti spuiten, alles is mountainbiken, je zusje pesten, flirten, het verstrijken van tijd, een zonsondergang, een autorit, zwemmen in open water, een baan als afwasser, een vriend, een foto, school, een versleten spijkerbroek, een gitaar, een moeder, kijken naar een dood vogeltje. Dat is alles.

    Dan de slotscene. Mason gaat studeren en heeft net een medestudente ontmoet. Ze zitten bij een riviertje, bij een zonsondergang. Zij: “Sommigen zeggen dat je in het leven het moment moet pakken. Ik denk dat het andersom is”.

    Het is een grappige dubbelzinnige omkering. Het gaat over de film, waaraan regisseur en schrijver Richard Linklater twaalf jaar heeft gewerkt. Niet bepaald ‘een moment’. Het gaat over Masons existentiële kwestie, want zulke ‘momenten’ zouden een antwoord kunnen vormen op de vraag waar het allemaal over gaat.

    Maar de dwaasheid van een idee over de zin van het leven is iets wat ze weglachen. Ze zeggen het niet. Mason zwijgt weer. Net als zijn foto’s. Net als toen hij een dood vogeltje bekeek, in een proces van ontbinden tot stof. Memento mori.

    Grootste eenheid
    Er is geen groter iets, er is niet ‘meer’. Dit, het leven op deze aarde, het verstrijken van tijd, het moment dat een menselijk leven is, is de grootste eenheid in het echte leven. Niet de dramatische constructies van religie, kunst of idealen. En het is goed.

    Nooit eerder zo krachtig verteld als in ‘Boyhood’.

  • Holocaustmonument Wertheimpark

    Er komt zo goed als zeker een nieuw holocaustmonument in Amsterdam, in het Wertheimpark. Daar ligt nu nog alleen het Spiegel-monument “Nooit meer Auschwitz”, van Jan Wolkers.

    NOS

    Het Wertheimpark is bij mij om de hoek. Het is een klein, maar erg fijn parkje. Het was me eerlijk gezegd ontgaan, maar gisteravond in het NOS Journaal hoorde ik van de plannen met dit park. Een derde er van moet wijken voor een nieuw holocaustmonument.

    Een gigantisch bouwwerk van hoge zwarte muren wordt er in gezet, ontworpen door de maker van het holocaustmonument in Berlijn. Op de muren komen 102.000 namen van Nederlandse Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

    Drie dingen storen mij hier aan.
    1. Jacques Grishaver van het Auschwitz Comité zegt in het journaal dat het Auschwitz-monument van Jan Wolkers, dat nu in het park staat, abstract is. Mijns inziens laten de woorden ‘NOOIT MEER AUSCHWITZ’ weinig ruimte voor abstractie. Ze zijn in ieder geval niet abstracter dan een haarspeldbochtmurendoolhof met 102.000 namen er op.
    2. Op de site van het initiatief, die vooral is ingericht om geld binnen te halen, staat ‘Er is in Nederland geen monument met de namen van alle Nederlandse slachtoffers van de holocaust’. Mijns inziens is dat een kwestie van perspectief. Want honderd meter bij het Wertheimpark vandaan staat de Hollandse Schouwburg. Daar is een namenwand. Tamelijk indrukwekkend, kan ik uit eigen ervaring vertellen. Het is niet een plek waar je onbestemde selfies gaat maken, zoals dat bijvoorbeeld in Berlijn wel voortdurend gebeurt. Het is een muur met familienamen, 6.700 om precies te zijn. Daarnaast heeft de Hollandse Schouwburg een uitstekende expositie over de holocaust in Amsterdam en bovendien een digitaal monument, met alle namen van holocaustslachtoffers. Dat zijn er bij de Hollandse Schouwburg overigens 104.000.

    Dat alles bij elkaar maakt het in mijn ogen een beetje onzinnig om zo’n bombastisch monument neer te zetten. De holocaust was niet bombastisch. Die was een geniepige, huiveringwekkende sluipmoordenaar, weet ik van de expositie in de Hollandse Schouwburg.

    En zo kom ik bij het derde dat mij hier aan stoort. Als je het met een AUSCHWITZ COMITÉ en een officiële ARCHITECT en een item op het NOS JOURNAAL brengt, dan ram je zoiets in het schuldbewuste Amsterdam er zo doorheen. Ik vermoed dat de controverse die bestaat over het holocaustmonument in Berlijn niet erg is doorgedrongen tot de beslissers. En als dat wel zo is, dan durven ze er uit angst om voor nazi of anti-semiet versleten te worden waarschijnlijk niet naar te handelen.

    Terwijl, het is altijd uitkijken met monumenten. Volgens mij heeft Wolkers het aardig begrepen, en kan je dat het beste zo laten. Geef dat geld asjeblieft aan de Hollandse Schouwburg.

    UPDATE: Schimmig besluit rond omstreden Auschwitzmonument (Het Parool)